Onderstaande tekst is uit een trainingsproza van Kees. Hij was bezoeker aan The Friezinn en beschreef zijn tocht langs de Waddenzee als onderdeel van Schrijversvakschool Groningen.
Het is vanaf de dijk niet ver lopen naar Waddenherberg The Friezinn. ‘Een moderne herberg direct aan zee, voor landlopers en zeehelden’ las ik gisteravond op de website van deze gelegenheid die kortgeleden geopend is.
‘Welkom, ga zitten’, zegt een grote, vriendelijk dertiger in korte broek. ‘Wybren, aangenaam, ik kom zo bij je. Ik moet buiten even zeggen hoe ze die vis moeten roken.’ Hij combineert het ontvangen van gasten moeiteloos met het werken achter zijn laptop, het instrueren van medewerkers, het voeren van een telefoongesprek met een leverancier en het uitserveren van bestellingen. Terwijl ik na zit te genieten van de garnalenkroketjes met brood, komt Wybren naar me toe. ‘Kan ik je een gratis kopje koffie aanbieden?’
‘Natuurlijk’ zeg ik. ‘Van de zaak?’
‘Nee, het is ‘traveling coffee’ zegt hij met een mengeling van geheimzinnigheid en trots. ‘Als je hier afrekent kun je betalen voor een extra kop koffie voor iemand die nog langskomt. Ik hang dan een vagebondje op.’ Hij wijst op een rijtje kleine houten bordjes boven de bar. ‘Het is voor mensen die alleen op pad zijn. Zoals jij. Een oud gebruik, uit de tijd van de paupers en de sloebers, die het moesten hebben van aalmoezen. Het past in deze streek, waar zoveel avonturiers en zonderlingen hun plek hebben gevonden. Dan moet je een beetje om elkaar denken. Laatst gaf ik een vrouw, die ook alleen aan de wandel was, zo’n gratis kop koffie. Ze raakte ontroerd door het verhaal. Tranen in de ogen. Je hoeft niet arm of dakloos te zijn om zo’n gebaar te waarderen.’
‘Nee’, zeg ik, ‘aandacht en zorg heeft iedereen nodig.’
Hij pakt een houten bordje en geeft het aan mij. Het hout voelt warm aan als ik het door mijn handen laat gaan. ‘Wie is de gulle gever’ vraag ik glimlachend.
‘Iemand die ik niet ken. Aardige vent. Hij was hier vanochtend. Hij wilde zelf geen vagebondje, maar wilde er wel één betalen. Hij stond erop dat ik dit bordje zou geven aan de eerstvolgende wandelaar die hier alleen aankomt. En dat ben jij.’
‘Hoe zag die man eruit’ vraag ik, terwijl ik de spanning in mijn buik voel toenemen.
‘Forse vent, pet, vriendelijk gezicht, weinig woorden. Sterk ook, want hij had een hele grote rugzak bij zich.’
‘Een blauwe?’
‘Ja, nu je het zegt.’
Terwijl Wybren mijn koffie haalt doe ik alle moeite om mijn redelijke stem aan het woord te laten komen. ‘Wat een ontzettend aardig gebaar van die man. Hij wist natuurlijk dat ik hier langs zou komen. Misschien is hij wat mensenschuw. Een man van weinig woorden zei Wybren toch? Dit is zijn manier om contact te maken.’ Mijn buikpijn neemt wat af. Bij het afrekenen betaal ik voor een nieuw vagebondje.
‘Dank je wel’ zegt Wybren terwijl hij gebeld wordt. Hij neemt verontschuldigend zijn telefoon op en we nemen zwaaiend afscheid.
***
Het hele verhaal van Kees lees je hier.

Reacties
Een reactie posten