Deze bijdrage deelde ik onder de nieuwsbriefontvangers die op de hoogte willen zijn van mijn schrijfupdates. Hier kun je ook ontvanger worden!
De achterpootjes van Russell bungelen tussen perron en opstap van de Catalaanse metro, diep onder de grond in Barcelona. Met de voorpoten houdt ze zich vast aan de metrovloer, de deuren staan nog open. Twee passagiers achter mij, van wie ik het gezicht niet kan zien, zuchten hoorbaar. Verschrikt. Ik slaak een oerkreet. Als de tram gaat rijden, of als Russell nu zakt en het voertuig komt daarna in beweging, is het einde huisdier. Haar halsband lijkt over haar oren en kop los te schuiven. Dan ben ik haar kwijt, weet ik. Ik knijp als eerste reactie in de riem. Maar dat helpt niet.
Het is bloedwarm onderin Barcelona Sants, juist de metro's bieden door de airco verkoeling. De hond wilde de koelte in. Ik ook. Maar ze heeft al een jaar of wat last van haar linkerkniegewricht en is niet meer heel stabiel. Ze mist de stap. Nieuwsgierig, dat is ze nog altijd. Aan de riem heeft ze net als jaren geleden nog de stand /exploring/, snuffelt overal waar ze kan, wil steeds snel achter de volgende hoek kijken wat er dáár te zien en vooral te ruiken is. Nergens is ze te beroerd voor, behalve roltrappen. Die mijdt ze, ook al heb ik haar er twee keer op gezet. Aan haar ogen te zien moet het een hel geweest zijn. De stap is veel te hoog. En dan het draaien van de treden — tot wanneer? Even herken ik mijn eigen weifeling als kind, op de roltrappen van de V&D in de stad. Als je er bijna was, als je de vaste vloer bijna moest betreden, stopte je bewegende lichaam. Je werd nog even verplaatst, totdat je zelf weer verder moest. Na vijftig keer maak je die beweging op de laatste treden onbewust. Maar die eerste keer, als je opeens op vaste grond staat — en er lopen nog mensen met tassen achter je die rechtdoor willen.
Op mijn rug zit een grote campduffel vol bagage, de riem in mijn linkerhand, rechts de tas met water en bakjes. En voer. En een boek. De ogen van mijn Dalmatiër kijken mij recht aan. Ik laat weer een oergeluid horen dat op 'nee' lijkt. De Catalanen begrijpen mijn angst, dat kan niet anders, maar verstaan mijn taal niet. Er komen nu meerdere mensen omheen staan. De tram laat nog geen alarmerend tuutje horen dat de deuren gaan sluiten. Ik laat de voer- en watertas vallen op het perron. Er rolt een Granny Smith uit. Door de knieën. Ik knijp in het nekvel van Russell, tik de halsband achter haar oren, laat de riem los en trek met beide handen de hele hond de metro in.
Zij trilt, ik ook. Ik pak de riem weer op en trek hem strak als het dier halverwege de koele metro op mij wacht. Vlug mijn tas. Met boek en bakjes. Water. En zonder appel. Die mag gestolen worden.
Het was op woensdag 12 augustus de derde poging om een metro in te gaan. Ik koos voor een andere route, de hond moest weer op de rails.
Reacties
Een reactie posten